Huwelijksviering Robrecht en Maaike



Beste Robrecht en Maaike,

Vandaag, 20 september 2003, vliegen jullie uit om een en eigen nest te bouwen.
Niet zomaar een nest, niet zo maar met om het even wie. Neen, gelukzoekers zoals jullie zijn, zoals trouwens alle mensen zijn, “the purchase of happiness” zoals in de Amerikaanse grondwet staat ingeschreven, dus in die zoektocht naar geluk vonden jullie elkaar, plots, totaal onverwachts, daar ergens aan zee, waar de wind der liefde waaide. Blankenberg aan zee, op een zonnige muzikale uitstap.
En of er muziek inzat! Heerlijke muziek die vandaag resulteert in het hooglied van de liefde, jullie huwelijk. Twee gelijkgestemde zielen die nu in koor het levenslied gaan zingen. Samen lezend dezelfde partituur met noten als akkoorden, symfonie, melodie, harmonie, samenspel.

En zie het ontroerde ook mij zo sterk dat ik er toen spontaan een gedichtje over maakte. Spontaan en speciaal voor Maaike. Luister maar:
 
Plotseling

Plotseling was ze daar
smeerde zijn boterhammen
schilde zijn lievelingsfruit
streek zijn hemden
kocht zijn mooiste pak
omhelsde hem in musea
gaf hem vlinders in zijn buik
werd zijn beste mentor-collega
vulde zijn koffer met dromen
en vertrok jubelend huppelend
met hem op de weg van het leven.
Gemakkelijk, dat wel
even wennen ook
zo zonder zoon
en met nieuwe dochter.

Vandaag vertrekken jullie dus samen op weg. Het is als het opstarten van een nieuwe organisatie, een nieuw bedrijf. En elkeen van ons weet dat de dag van vandaag, dat het opstarten van een eeuwigdurende en vruchtbare relatie, een liefdesrelatie dan nog wel, heel wat vertrouwen, moed, overleg, inzet, durf, kennis en nog een hele boel ander kwaliteiten vraagt.
Maar ik ben er gerust in. Jullie hebben al heel wat levenservaring, hebben een solide basis en kennis van management en daarmee bedoel ik niet alleen dat wat in geleerde boeken staat of op belangrijke studiedagen wordt uitgelegd, maar vooral jullie hebben elkander lief en in die liefde aandacht voor elkaar, wetende dat liefde een werkwoord is, dat aanpassingstechnieken nodig zijn, dat veranderingsprocessen normaal zijn, openheid noodzakelijk is.
Vandaag vertrek jij, mijn zoon, vertrek jij dus. Maar het is goed, vooral dank zij jou Maaike, mijn nieuwe dochter. En ik denk aan dat gedichtje dat ik maakte, een tiental jaar geleden toen jij Robrecht als student vertrok naar het buitenland, naar de grote universiteitsstad Leipzig, het vroegere Oost-Duitsland en waar je toen een goede vriend, Bertram zou ontmoeten, die ik hier ook vandaag samen met zijn echtgenote mag verwelkomen. Een gedichtje dat ook vandaag nog toepasselijk is:

Het vertrek

Zo kwam het jaar
de maand, de dag
dat met valiezen zwaar
van dromen en een sterrenlach
in d’ helderblauwe ogen
de zoon nieuwsgierig opgetogen
vertrok d’ uitdaging tegemoet.
Zo is het goed.
het krijsend spartelend ding
staat op eigen benen
kindertijd voorgoed herinnering
bruisend leven
van kop tot tenen.
Ga nu
verover jouw aarde met jouw kracht
het geluk zij met u
onze taak is volbracht.

Bijna

Sommigen zeggen dat het leven een tragische constructie is, dat sprookjes niet bestaan. Een stuk zullen ze zeker gelijk hebben, maar voor een nog véél groter stuk hebben ze volledig ongelijk. Ik blijf geloven zoals Jacques Brel het zo mooi zong, dat een mens enkel leeft om zijn dromen waar te maken. Ik blijf geloven dat geluk voor een groot stuk maakbaar is. Dat het is zoals in een van mijn eigen gedichten staat: “een mens kan in alle omstandigheden gelukkig zijn”.
Ik blijf geloven in verliefdheid als remedie tegen droefheid, in het behoud van de begeerte als remedie tegen lusteloosheid en zwartgalligheid, in de maakbaarheid van persoonlijk geluk, in het gebruik van de fast forward toets, recht vooruit. Niet in de rewind toets, de terugspoeltoets.
Robrecht en Maaike. ik weet dat jullie liefde groot is, zéér groot is, denk ik toch. Want ik maakte een gedichtje over jullie, over iets dat jullie alleen weten, dat tenslotte elk intens verliefd wezen alleen weet, alleen weten kan. Luister maar:

Niet

Niet de sterren, de maan, noch de zon
niet de oerknal waarmee alles begon
niet de kinderen in de klas
niet de distels in het gras
niet de vissen in het water
niet de krolse kater
niet de quetzal in het regenwoud
niet de bloemen van goud
niet mijn best betrouwbare vriend
niet het onschuldige kind
niet de dichters, noch de muzikanten
niet de mens die weet van wanten
niet de man die mij verwekte
niet de vouw die mij toedekte
niet het vuur diep in d’ aardekern
niet de kuikentjes in hun ren
alleen
alleen jij
alleen jij mijn enig eeuwig lief
weet
weet hoeveel
weet hoeveel ik
weet hoeveel ik van jou
hou.

Nog snel een laatste bedenking vooraleer af te sluiten.
Toen ik deze week, zoals een goede huisvrouw past aan de grote kuis bezig was, voor een groot feest moet het huis extra gepoetst zijn, wel Robrecht, toen ik ook jouw kamer aan het kuisen was kwamen zo allerlei gevoelens in mij op en zo bedacht ik volgend gedichtje:
 
Wachtende kamer

Ik heb
je bed gemaakt
de klok stil gezet
de radio verhuisd
de stekkers uitgetrokken
de rest der dingen laten liggen.
Alleen de cactus aan het vensterraam
- onverschillig voor de gang der seizoenen -
laat ik rustig verder groeien.
En ook de grote teddybeer
- de warme vriend uit je kinderjaren -
laat ik het genot van zijn dromen.
Zo zullen we allen wachten
geduldig, ongeduldig
tot jij wederkeert
in je armen
een, twee … kleine kopietjes van je zelf
een, twee … kleine kopietjes van jou en Maaike.

Haaltert, 20 september 2003